Camaro Pace Cars
De Camaro werd 26 september 1966 voorgesteld als Chevrolet’s antwoord op de enorm populaire Ford Mustang. In de eerste verkoopfolder stond “Camaro is bandbox new by Chevrolet and a freshly styled example of how fine an exciting road machine can look”. De eerste Camaro werd gepromoot als de “junior Corvette” voor de naar een echte sportwagen hunkerende huisvader die nu de gelegenheid had er een te kopen met vier zitplaatsen.
In 1967, het eerste jaar voor de Camaro, kreeg hij nog meer aandacht doordat de dat voorjaar voorgestelde cabrio werd uitgekozen om dat jaar te dienen als Official Pace Car voor de Indianapolis 500 mijl race. Het ombouwen tot pace car was vrij eenvoudig. Een standaard 1967 Camaro cabrio (model 12467) met de SS/RS optie werd uitgekozen en de standaard 396-325 pk motor werd vervangen door een 396-375 pk motor (RPO L78) met handgeschakelde vierbak. De wielophanging, besturing, motor en versnellingsbak kregen speciale aandacht en werden waar nodig nog eens uit elkaar gehaald en zorgvuldiger in elkaar gezet. De carrosseriekleur was wit met blauwe striping en het deluxe interieur (RPO 732Z) licht blauw met witte afwerking. Wel ingelichte bronnen weten te melden dat er vier speciale motoren door Chevrolet waren geprepareerd maar dat er slecht twee echte Pace Cars waren die dag tijdens de race. 104 Replica’s van de Pace Cars werden gebouwd voor officiele doeleinden. De zogenaamde “festival cars” die de gehele mei maand werden gebruikt..
In 1969 was het wederom de beurt aan de Camaro om als officiële Pace Car te dienen tijdens de Indy 500. Dit laatste jaar van de eerste generatie een face lift die het in mijn ogen de mooiste Camaro allertijden maakte. Heel subtiel waardoor hij langer, wijder en agressiever leek. En natuurlijk dat jaar ook de introductie van de SS 396. Een SS/RS cabrio met een 396 Turbo-Jet V8 voerde het veld dat jaar aan van de Indy 500. In tegenstelling tot 1967 werden er nu wel replica’s voor de verkoop geproduceerd. Met het Z11 optiepakket werden er 3.675 exemplaren van de cabrio uitgerust. Het schijnt dat er ook een paar honderd Pace Car replica coupes zijn gebouwd met het zeldzame Z10 Indy Sport Coupe optiepakket.
Een vertrouwelijk Chevrolet Passenger Car Product Bulletin uitgegeven op 4 februari 1969 omschreef deze optie als “Midseason Change No. 13” en luidde als volgt: “A new Regular Production Option (Z11) will be released to provide a modified Camaro SS/RS Convertible similar to the Indianapolis 500 Pace Car. The RPO Z11 is comprised of: Camaro SS/Rally Sport (Camaro SS RPO Z27 with Rally Sport equipment RPO Z22). With exceptions: Add hood and deck lid Hugger Orange paint stripes, same as used with RPO Z28. Body sill to be white instead of black. Rear panel to be white instead of black., as specified with 396 V8 engine options.Remove Sport Striping (reference RPO D90). Add Hugger Orange fender striping (reference RPO D96, part of RPO Z22). Exterior body color, Dover White, Code 911. Custom interior, RPO Z87 with exceptions: Orange houndstooth trim, Code 720. Air Induction Hood, RPO ZL2. Rally Wheel, hub cap and trim ring, RPO ZJ7. To be identical with the actual pace car, additional options are required: Turbo Hydra-Matic RPO M40, Positraction rear Axle RPO G80, power steering RPO N40, power convertible top RPO C06, Console RPO D55, special instrumentation RPO U17, AM radio RPO U63, air spoiler front and rear RPO D80,Sport styled steering wheel RPO N34, custom deluxe seat and front shoulder belts (A39 & A85) RPO YA1, Soft-Ray tinted glass RPO A01. - R.C. Mumbrum, Sales Liason Engineer.”
De stickers voor op de portieren hadden de tekst “Chevrolet Camaro OFFICIAL PACE CAR 53rd ANNUAL INDIANAPOLIS 500 MILE RACE MAY 30, 1969”. Zij zaten in de kofferbak en konden, indien de nieuwe eigenaar dat wilde, aangebracht worden door de dealer.
In 1982 werd de derde generatie Camaro’s voorgesteld en natuurlijk de ideale gelegenheid voor extra publiciteit in de vorm van wederom de taak het veld racewagens aan te voeren tijdens de start van de Indy 500. Ook nu werden er replica’s gebouwd van deze Z28 Indy Pace Car. Elke dealer kreeg er een toegewezen wat betekende dat er 6.360 exemplaren van deze “commemorative edition” dat jaar verschenen. Ze waren zilver met blauw , voorzien van Indy 500 logo’s, zilverkleurige aluminium wielen met rode striping en Goodyear Eagle GT banden met witte letters. De officiële Pace Car had geen witte letters op de banden! Het interieur was blauwe stof met zilver vinyl, het dashbord had speciale instrumenten en een leren stuur. De VIN code van de echte Pace Car was 1G1AP8772CL100887 en van de reserve Pace Car 1G1AP8777CL114283. Tijdens het race weekend was Jim Rathmann, winnaar van de 1969 Indy 500, de bestuurder van de Official Pace Car. Tijdens de race festiviteiten werden er 76 festival Z28 Camaro’s (Pace Car replica’s) gebruikt. De Pace Car replica’s hadden geen uniek nummer waardoor ze herkend konden worden maar een blik op de trim tag (plaatje voor de radiateur) hoort het trim number 26G aan te geven. Deze code staat voor blauw stoffen interieur afgezet met zilver vinyl en dat was alleen verkrijgbaar in de Indy 500 Pace Car replica.
Het kan haast geen toeval zijn, maar ook bij de introductie van de vierde generatie Camaro in 1993 werd hij weer verkozen tot Official Pace Car van de Indy 500. Deze vierde generatie Camaro was helemaal nieuw. Hij was langer, breder en hoger dan zijn voorganger. De cabrio en de RS modellen waren verdwenen zodat alleen de Sport Coupe en Z28 Coupe over bleven. De lijnen waren ronder en boller en er werd gebruik gemaakt van nieuwe materialen.voor de carrosserie. Sheet Molded Compound (SMC) voor het dak, de portieren, achterklep en achterspoiler en Reaction Injection Molded (RIM) panelen voor de voorspatborden en het front.
De 1993 Camaro Indy Pace Car replica’s zijn tamelijk zeldzaam omdat er slecht 633 stuks van gemaakt zijn. Wel een opvallende verschijnen met zijn zwart/wit carrosserie en de kleurrijke striping. Het interieur was net zo kleurrijk en een gouden embleem op de motorkap maakte het helemaal af. Motorisch waren ze uitgerust met de 275 pk sterke LT1 afkomstig uit de Corvette en waren ze gekoppeld aan een automatische versnellingsbak (4L60). Van de echte Pace Car werden drie stuks gebouwd voor de Indianapolis Motor Speedway. Chevrolet general Manager Jim Perkins was de bestuurder van de Indy 500 Pace Car dat jaar.
Op 3 augustus 1996 kon het publiek al een idee krijgen hoe de 30th Anniversary Camaro er in 1997 uit zou gaan zien. Op de Indianapolis Motor Speedway werd de Official Pace Car voorgesteld voor de Brickyard 400 race (NASCAR). De witte
carrosserie met oranje race strepen deed denken aan de 1969 Camaro Indy Pace Car. Het was de vijfde keer dat de Camaro pace car was op dit beroemde circuit. Een dergelijk geintje flikten ze bij GM een paar jaar later nog eens door in 2002 de Corvette Pace Car te maken voor de Indy 500 en uit te voeren in de kleuren van de, nog te introduceren, 50th Anniversary Corvette. Trouwens in 2002 was de Camaro de officiële festival car op Indianapolis.